Ik word wakker, kijk op mijn telefoon: 05.40 uur. Echt nog geen tijd om op te staan, ik draai me om. Helaas, mijn lijf wil wel slapen maar mijn hersenen zijn al klaarwakker. Het hele “to-do-lijstje” passeert de revue. Mijn hersenen zijn sterker dan mijn lijf dus sta ik op.

Ga ik nu eerst hardlopen? Brrrrr, 0 graden. Dan maar eerst de afwas, de was en het boodschappenlijstje maken. Ook eens kijken op internet naar een hordeur. En waar kan ik een spijkerrol huren om het behang eraf te halen. Ha, de was is klaar, die kan naar buiten. Ondertussen word ik verwend met een heerlijke cappuccino. Het is een feestje dat koffie een hobby is van manlief. Zelf bonen malen en daarna kan de Rancilio zijn werk doen.

Een paar uur later ga ik naar buiten. Het is nog steeds fris maar windstil en zonnig, heerlijk. Sinds we een paar weken geleden zijn verhuisd is het slechts 5 minuten lopen voordat ik in het bos ben waar eindeloze wandelroutes zijn. De merel, de koolmees, de ekster, ze laten van zich horen. Verder is erg stil. Dit is genieten!

Dan steekt voorzichtig een gedachte de kop op. Is dit wel veilig? Het advies luidt, zoveel mogelijk binnen blijven. Als iemand nu iets in z’n hoofd haalt, kan ik roepen wat ik wil, niemand die me hoort. Stel je niet aan, geniet van deze rust.

En dat doe ik.

Voor ik het weet staat de zon hoog en kan ik met de klus beginnen: in mijn werkkamer het Delftsblauwe behang eraf halen.

Zo wordt, stapje voor stapje, het huis steeds meer óns huis. Zo’n verplichte rusttijd heeft ook voordelen.