Ik ben in Utrecht geboren als oudste van 5 in een fijn en veilig gezin. Hoe komt het toch dat ik me juist nu bevoorrecht voel?

Stel je eens voor: Je bent 16 jaar en vanwege oorlogsgeweld met je moeder, zusje en broertje gevlucht naar een land dat volkomen vreemd is en waar je de taal niet spreekt.  Je gaat naar school en komt in een klas met mede-studenten uit diverse landen met ieder hun eigen cultuur en taal. Sommigen versta je maar de anderen begrijp je niet. Vanaf dag een word je door je docenten in de taal van het land aangesproken en moet je dat ook gaan spreken.

Na drie maanden komen er drie nieuwe docenten/coaches die jou vragen een PowerPoint-presentatie over jezelf te maken, over wat jij leuk vindt, waar je vandaan komt, wat voor jou belangrijk is. Jij moet dat presenteren in die vreemde taal aan de hele klas terwijl je nog nooit een presentatie gemaakt hebt.

Daarna ga je over jezelf nadenken op een manier die je niet kent en die je maar raar vindt. Je moet nadenken over activiteiten die jij vroeger leuk vond, waar je blij van werd, waar je goed in was. Maar vroeger heb je soms diep begraven omdat er alleen maar ellende was.

Toch helpen ze je dingen ontdekken over jezelf zodat je straks, als je naar een vervolgopleiding wil of naar een stageplaats solliciteert, kunt vertellen waarom jij gemotiveerd bent voor juist díé vervolgopleiding en waarom jij denkt dat die bij jou past. Daarover maak je opnieuw een Power-Point die je, weer in die vreemde taal, aan de hele klas presenteert. Het traject wordt afgerond met een gesprek met jou, je mentor, de coach-docent en je ouders of iemand anders die voor jou belangrijk is. Tijdens dit gesprek presenteer jij jezelf via de Power-Point aan je ouders. Gelukkig mag je dat gedeeltelijjk in je eigen taal doen. Dat geeft iets meer zelfvertrouwen. En jawel, ze herkennen wat jij over jezelf hebt geleerd.

De afgelopen 3 weken heb ik samen met twee collega’s 18 studenten die de 2de klas van het Summa-Plus-college volgen d.m.v. het MotivatieKompas mogen laten ontdekken wie ze zijn, wat hun talenten zijn, hoe ze het liefst samenwerken en in welke omgeving ze het best tot hun recht komen. En, misschien wel het belangrijkste, wat hen drijft, waar ze echt blij van worden.

Met de mentor heb ik de eindgesprekken gevoerd als afronding van dit traject waarbij bij sommige studenten een familielid aanwezig was.

Jongeren uit landen als Mozambique, Eritrea, Somalië, Syrië, Egypte, Brazilië, Afghanistan, Palestina, Colombia. Gevlucht voor oorlogsgeweld, omdat hun ouders vervolgd werden of verdreven; voor een enkeling omdat hun vader hier werk kreeg. Sommigen zijn met het gezin meegekomen, anderen in hun eentje. En dan ben je 15, 16 of 17 jaar. Wat draag je dan al mee aan bagage!

Het merendeel van deze studenten heeft nooit geleerd na te denken over zichzelf of naar zichzelf te kijken. In sommige culturen hòòrt dat ook niet.

De een is hier net een jaar, de ander 2 of 3 jaar. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze het Nederlands niet voldoende machtig zijn. En die taal is voor hen de poort naar een nieuw leven, een nieuwe start in vrijheid en veiligheid.

Ze zijn leergierig, willen graag iets van hun leven en toekomst in Nederland maken. Sommigen leggen de lat wel èrg hoog. Zij gaan nog leren om, zonder hun dromen kwijt te raken, wat realistischer naar zichzelf te kijken en met hun verwachtingen om te gaan. De zeer bevlogen en gemotiveerde docenten van het Summa-Plus bieden hen die mogelijkheid.

Voor mij is dit een nieuwe wereld. Ik ben blij dat ik hier kennis mee heb gemaakt èn mijn kleine steentje heb bij mogen dragen. Een eerste ‘stepping stone’.

Begrijp jij nu dat ik me bevoorrecht voel?